social follow

Kortverhalen en pogingen tot poëzie

Het oppasprobleem

N.a.v. Schrijfopdracht op Schrijven Online

(Kruip in de huid van S. Carmiggelt.) 

 

  • Een café zonder bier

Ze wandelen nu al uren in de zandbak. Gastons voeten doen zeer en hij voelt zich koortsig worden. Zijn gedachten keren steeds terug naar het dorstgevoel.

 

Als ze even later een witgekalkte woning zien, denkt hij zowaar dat het een fata morgana is. Maar zover is hij nog niet heen.

 

Het is inderdaad een herberg. Via een trap komen ze in een kelder. Er staan windwaaiers, de koelte voelt erg aangenaam en er is een toog! De mensen zonder keffiyeh zien eruit als leprozen. Ze zitten in een apart hoekje.

 

  • Ufo, Pixabay, Ronde kringetjes (2)

Ronde kringetjes (2)

 

‘Let goed op wanneer je ronde kringetjes ziet,’ zei Ziggy. Het waren zijn laatste woorden.

Die ringwormen sprongen zo snel uit de grond dat het voor een menselijke geest nauwelijks te bevatten was. Wolf zag Ziggy door een wormgat verdwijnen en ongeveer op hetzelfde moment werd Bink de aarde ingetrokken. Daarna bleef het stil. Ze kwamen niet achter hem aan. De aarde beefde niet meer en er verschenen ook geen ronde kringetjes meer.

 

 

De danswedstrijd

Babanaan en Babanoen zijn hun schoenen aan het boenen. Ze moeten glimmen, net zoals de vetkuiven op hun hoofd. Straks gaan ze dansen met Annalas en Annalies. Ze hebben zich ingeschreven voor een danswedstrijd.

De passer heeft gewoonlijk twee ongelijke benen en een klein kopje. Daarnaast is het ook een mensentype. Meestal heeft dit type een pasvinger op de plaats van de hand waar zich gewoonlijk de wijsvinger bevindt. De pasvinger en de wijsvinger verschillen eigenlijk niet van elkaar. Je kunt een wijsvinger dus net zo goed pasvinger noemen en omgekeerd.

Langzaam werd de geur van dennennaalden verdrongen door een geur die ik nooit meer zou vergeten en nog dagenlang op mijn huig zou blijven liggen. Ik verliet het wandelpad en liep een stukje verder het bos in.

Plotseling zag ik mijn maten in het kreupelhout. Heel even voelde ik mijn hart opleven. Ze waren een beest aan het roosteren! We hadden al drie dagen niets meer gegeten. Eigenlijk had ik blij moeten zijn, maar de braadlucht weerhield me daarvan onmiddellijk. En dat niet alleen.

  • Plotprobleem Plotproblem

Ik zat vast in een plotprobleem door twee losse eindjes.

 

  • Loebas Sint Bernard

Loebas had twee lodderige ogen. Op het onderste randje van zijn oogleden kon je  regelmatig een streepje bloed zien en in zijn ooghoeken kleefde er steeds wel iets vies. Hij kwijlde altijd. Het is een ziekte, zeiden ze. Ik vond het eng.

Hij blafte niet veel, maar als hij dat deed, klonk het wel intimiderend. ‘Dat is omdat hij vrolijk is’, zei mijn broer. Ik geloofde niet echt dat zo'n beest vrolijk of blij kon zijn.

Hij was gigantisch. Vooral vanuit het perspectief van een kleuter. Hij is braaf, zeiden mijn grootouders. Maar toch was ik bang voor hem.

(De Han-dynastie, China, 206 tot 220 na Christus) 

 

Han hield van honden, katten en pauwen. Toen hij keizer werd kondigde hij de leer van Confucius aan. Vanaf toen was het verboden om nog hond, kat of pauw te doden of te eten.

Probeert hij me te mijden? Het zal hem hier niet lukken. Ik kan best aardig brutaal zijn als het moet. Ik staar net zo lang als nodig is.

 

Eindelijk.

Tot mijn verrassing zie ik twee ijsblauwe ogen terug staren. Dan snap ik het. Ik zag eerst wat ik verwachtte te zien. Vroeger waren ze groen. Maar dat was toen.

 

Een datavloed golft door me heen.

Herinneringen van wat was en niet was, vreugde, verdriet, schoonheid.

Ik wankel eerst en sluit mijn oogleden.

Als ik terug kijk zijn ze grijs geworden.