social follow

Kortverhalen en pogingen tot poëzie

 

Ik ben aan het afkicken. Niet geheel cold turkey. Ik geef toe dat ik al een paar keer vals heb gespeeld. Drie keer maar. Met het mobieltje van de jongste dochter. Om eens te zien wat er op het Feestboek leeft. Ik heb iets gemist, maar weet niet juist wat. Maar zo gaat het altijd in de virtuele wereld waar dromen en verlangens als echte appels worden voorgesteld, tot je er in probeert te bijten.

 

Ik weet niet meer hoe lang ik hier al zit.

Het is een wonder dat ik nog niet gestorven ben.

Ik leef van de waterdruppels en de zilvervisjes die uit de stenen komen. Als ik moe ben, leg ik mijn gezicht dicht tegen de muur. Dan hoef ik niet veel moeite doen om wat naar binnen te krijgen.

Het pompierke

 

Ik heb ooit eens een man gekend die zijn eigen uitvaart wilde vieren. “Het zal veel leuker zijn voor iedereen als ik er zelf ook bij ben,” zei hij.

Zo nu en dan waait de wind van voren,

Dondert Het Geweten uit haar toren,

Om te trekken aan uw oren.

 

De kwelebabbe kan er niets aan doen.

Tot spijt van wie het benijdt,

ze moest iets kwijt over haar visie op de nieuwe, goede gierigheid.

Gelukkig draait het niet allemaal om poen.

 

Haar leven kent maar weinig glans,

Ze weet al dat ze het gaat verliezen,

Maar ze wil niet langer blijven kniezen.

Het is misschien haar laatste kans.

 

Hoe kan ik de mensen nog raken? Wat kan ik ervan maken?

  • Pretpark; Theme Park

Op 29 november 2014 begon ik op Honderdtwintig Woorden te schrijven.

Ik vroeg me gisteravond af wat ik in dit pretpark heb gezocht en wat het mij tot nu toe heeft opgeleverd.

En ik stelde vast dat ik hier precies gevonden heb wat ik er wilde vinden. Ik ben blijven schrijven.

Daar heb ik mezelf iedere keer een medaille voor gegeven.

Me...   

 ... I am just like a tree ...

 

Soms draag ik bloemen en krullen in mijn haar.

En soms scheer ik mezelf helemaal kaal.

Mijn kapper weet dat wel van mij. 

 

Ik ben soms groen, 

soms geel, soms rood, blauw of paars, afhankelijk van de stand van de zon, de sterren en de maneschijn.

 

Ze vonden elkaar op het San Marcoplein. Wij waren ons aan het vergapen aan de talrijke, kunstige bogen van de gebouwingen ginder en we hadden het niet meteen door. 

Pas toen het koppel, een vrouw en een man van onze leeftijd, gekleed als toeristen zoals wij, ons aanspraken over de toestand waar onze dochter zich in bevond, vielen onze ouderwetse frankjes. 'Il veut se marier avec elle...' Dat was de moeder van André. 

(1)

‘Hoe bloot wil ik gaan?’ Zoals zo veel schrijvers-in-wording visualiseerde ik, meer dan eens mijn mogelijke paden naar succes. Het was in een tijd waarin ik nog belang hechtte aan het concept van vriendschap.

Nu mijn biografie van Zombie Nella - ongevraagd, en door zeer foute schrijvers opgesteld - bij de drukker ligt, realiseer ik mij dat ik toen de verkeerde vragen stelde.

Mijn dochters willen een zwembad in de tuin. Ik had wat lichaamsbeweging nodig en ik kon er net zo goed aan beginnen. Ik leende een spade van mijn schoonvader en ik groef een put.

Op ongeveer een halve meter diepte, stootte ik op iets wat harder aanvoelde dan klei en boomwortel. Het was redelijk blank. Toen ik erin slaagde om het eerste stuk los te wrikken, zag ik dat het een menselijk heupbeen was.

Mijn kunst

Levengever Hemelogen, Rapa Nui, 1830, vrije vertaling uit het Rongorongo, door Make-make-Elegiacus

“Mijn kunst is woordeloos, mijn taal is die van schepping. Mijn creaties zijn orgieën van oden en elegieën. In mijn portfolio kun je onder andere de Salix Sepulcralis Tristis vinden. Verder Formicae, Flores, Mures, Apibus, Avibus en Coloniam Homo Erectus cum auribus floppy, mijn meesterstuk, waar ik de uitslag nog steeds niet van ontvangen heb.