social follow

#231 Ronde kringetjes (2)

  • Ufo, Pixabay, Ronde kringetjes (2)

#231 Ronde kringetjes (2)

Ronde kringetjes (2)

 

‘Let goed op wanneer je ronde kringetjes ziet,’ zei Ziggy. Het waren zijn laatste woorden.

Die ringwormen sprongen zo snel uit de grond dat het voor een menselijke geest nauwelijks te bevatten was. Wolf zag Ziggy door een wormgat verdwijnen en ongeveer op hetzelfde moment werd Bink de aarde ingetrokken. Daarna bleef het stil. Ze kwamen niet achter hem aan. De aarde beefde niet meer en er verschenen ook geen ronde kringetjes meer.

 

Het is vandaag precies een maand geleden dat Wolf zijn vrienden voor het laatst zag. De rottige braadlucht van die ene geroosterde stinkworm hangt nog steeds in zijn neus. Helaas.

Hij heeft een nieuwe voedselbron ontdekt. Ze lijken een beetje op ratten, maar dan blauwer dan gewoonlijk. Ze laten zich gemakkelijk vangen in een klem van staaldraad tussen de wortels van de loofbomen. Ze ruiken lekker als je ze roostert en nadat hij zo’n beest heeft opgegeten, wordt hij altijd wel een beetje hyper. Dan krijgt hij zin om te rennen en te springen. Meestal geeft hij zich over aan dat gekke gevoel.

Maar het gaat niet goed met hem. Pijn en onzekerheid knagen iedere dag steeds meer aan zijn gemoed. Als hij aan het verleden denkt, ziet hij Ziggy en Bink voor zich. Als hij aan de toekomst denkt, ziet hij geen uitweg. Zo langzamerhand begint hij te vrezen dat dit verrekte woud helemaal geen uitgang heeft. Dat maakt hem zeer angstig.

Schaamte overvalt hem als hij bedenkt dat hij niet eens een grafzerk voor zijn vrienden heeft gemaakt. ‘Ik moet vandaag iets speciaals doen,’ zegt hij tegen de ruisende bladeren van de loofbomen. ‘Als een soort eerbetoon aan Ziggy en Bink.’

Hoe kan hij een passend gebaar stellen? Hij denkt zich bijna suf. Er zoeft weer eens een bolbliksem langs. Het brengt hem op een lumineus idee.

En voor het eerst, sinds alle naargeestige gebeurtenissen, begint hij weer te lachen. Ziggy en Bink zouden het te gek gevonden hebben. Hij kan zich niet inhouden en zijn lach buldert door het sombere bos. Ik moet een schepnet maken om zo’n vuurbal te vangen, denkt hij. Met staaldraad.

Wolf is altijd al erg handig geweest. Toch is zijn verbazing groot wanneer zijn opzet direct lukt. Zijn gevoel vertelt hem dat hij iets goeds gedaan heeft. Hij plant het schepnet met de vuurbal midden in de boomstronk van zijn slaapplek. Daarna gaat hij de klemmen controleren. Alle vallen zitten vol. Zeven ratten. Een goede vangst.

Blij keert hij terug naar zijn stek. Hij geniet van zijn avondeten en van het betoverende schouwspel dat de vuurbal produceert.

Die nacht kan hij moeilijk in slaap komen. Het is de eerste keer dat hij zo’n vuurbal van dichtbij kan bekijken. Het licht fluctueert voortdurend, en de kleuren veranderen steeds weer.

Het ding begint ineens te bliepen. Er valt een grote schaduw over zijn nachtplek. Ondanks de volle maan en de lichtgevende vuurbal kan hij geen steek meer zien.

Dan ziet hij weer twee lichtbundels. Ze komen uit twee borden die juist boven de boomtoppen lijken te zweven.

Wat krijgen we nu? Vraagt Wolf zich af. Bezoek van de porseleinenkoning?

Er klinkt een zacht ronkend geluid. Het doet hem denken aan het draaien van een motor. En jawel hoor: uit een van de borden schuift er een ladder naar beneden…

 

N.a.v. Wekelijkse schrijfopdracht #231 op Schrijven-Online

 

 

 

 

 

 

Add new comment