social follow

De mango-mojito (4)

  • The mango mojito
  • A life saving boat

De mango-mojito (4)

De bereidingswijze staat op de flesjes van Gourmet-in-Love heel duidelijk vermeld. Dat vind ik een groot pluspunt. Een kind kan een cocktail maken op die manier. 'Laat de ingrediënten anderhalf uur macereren* in dertig cl witte rum, vervolgens mixen en filteren. Een liter spuitwater aan toevoegen en serveren met gecrushed ijs. Uitdrinken voordat de bubbels verdwijnen.' Dat deden we dan vooral, mijn man en ik. 

 

Maar... 

Hoe moet ik het zeggen? 

Ik breek de dingen niet graag af. 

'Het smaakt een beetje naar waspoeder,' zei mijn man.

'Mmmeuh,' zei ik. 

'Misschien moet er wat meer rum bij,' zei mijn man. 

'Dat weet ik niet zo goed,' zei ik. 

Hij stond op en hij haalde de rumfles uit de keuken. Hij goot er wat van bij in zijn en in mijn glas. 'En?' zei hij veelbetekenend na een eerste slurp van het rietje. 

'Ja,' zei ik. 'Nu smaakt het meer naar mango.'

 

We dronken dus een mango-mojito toen de wereld verging. ‘Te veel mensen gunnen elkaar niets meer,’ zei ik tegen man en kinders toen het overal ineens wat donkerder werd. ‘Moeder, je weet het,’ zei onze oudste terwijl ze wees op haar glas gezond kraantjeswater. ‘Zoet,’ zei ik resoluut. ‘Jouw hersenen verdienen nog geen alcohol.’ De oudste dochter van bijna vijftien deed haar mond open om daar iets tegenin te brengen, maar een immens metalen kabaal overstemde haar argumenten. Twee zussen sprongen op en schoven de gordijnen van het voorste raam opzij. Een regen van zilver verblindde me een ogenblik. Toen mijn oogbollen zich aan het tafereel hadden aangepast zag ik dat er tal van lepels op de straatstenen kletsten. De hele straat, de stoep en de graspleintjes van de voortuintjes werden in een mum van tijd volledig met zilverwerk bedekt. 

Ineens hield de regen op. De abrupte stilte die daarop volgde droeg een benauwende warmte in zich. Een indringende vanillegeur bezwangerde de atmosfeer. 

Met afschuw keken we omhoog. Grote grillige, bleke wolken zwalpten sloom en loom door de lucht. Ze dampten, ze glommen en hun vormen waren druiperig. Nee, nee: het waren geen wolken: ze waren te geel! Een paar ogenblikken staarden we naar de steeds groter wordende brokstukken die op ons afkwamen als in een vertraagde 3-D-film. Melkspetters en rijstkorrels bevuilden ons raam. Ja, ja: het was warme rijstpap aan het regenen.

‘O, nee,’ zei ik. ‘Ze hebben de recepten van de cocktailkoningin* in de hemel ontdekt!’  De pap zou blijven komen en de straten zouden gauw gaan overstromen. Het einde van de wereld was nabij. De pap-voorraad in de hemel is immers eindeloos. Als ze daar beslissen om 'op-iets-anders-eindeloos' over te stappen, dan werden wij daar allemaal de dupe van. De hemel is onlosmakelijk verbonden met de aarde en het meest logische wat ik bedenken kon was, dat zij de eindeloze papstroom naar hier zouden afleiden. 

Het raam werd alsmaar vuiler en de woonkamer werd nog donkerder. We moesten iets doen. Een fel licht floepte ineens aan en scheen vlak boven het hoofd van onze oudste dochter. 'De rubberboot,' zei ze. 'Waar is hij?' Ik herinnerde me, in een ver verleden, dat ik er ooit eentje had gekocht in een winkeltje op de zeedijk van Bray-Dunes. Toen ze klein waren speelden ze er vaak 'zeetje' mee in onze woonkamer. 'Waar heb je de boot opgeborgen, mama?' herhaalde de dochter met het grote licht. Ik antwoordde niet en liep naar de kelder. Tot mijn afgrijzen zag ik dat die al helemaal ondergelopen was met pap die maar bleef stijgen. Onder mijn schoenen voelde ik iets kleverigs. Ik probeerde mijn paniek te onderdrukken. Wist ik veel waar dat rubberbootje was.

'Moeder, de boot ligt op zolder!' riepen de andere dochters. We stormden de trappen op. Achter ons zagen we de brokken pap omhoog kruipen. We liepen tot we bij de zolder kwamen. De boot lag er nog, in een plastiekzak, netjes opgeplooid naast het pompje om het ding op te blazen. Mijn man handelde efficiënt en al snel ontvouwden zich de contouren van een echte rubberboot. We hadden er een mooi superkort kortfilmpje voor mijn blog van kunnen maken, maar daar hadden we geen tijd voor. De zolderdeur stond onder druk en onder de kieren vloeide al wat pap. We openden het raam, we duwden de boot er half uit en we sprongen er in.

We laveerden tussen de daken van de huizen op een gigantische rijstpapzee. Het crèmekleurige landschap straalde een bijna goddelijke sereniteit uit. Het was er onnoemelijk stil. Nergens waren levende zielen te bespeuren. De pap absorbeerde wellicht de kreten van de vele ongelukkigen die erin verdronken waren. Was dit de reden waarom er zoveel vrede in de hemel heerste? We zullen het nooit weten, tenzij we er ooit ons toelatingsbrevet halen. We hadden niet veel plaats in ons bootje. In mijn herinneringen was het ding veel groter geweest. De kinderen waren toen inderdaad wel kleiner en ik was behoorlijk slanker. Maar, we leefden nog en dat was iets om dankbaar voor te zijn. 

Dat ik het allemaal verzin, zeg je? Dan woon jij zeker op de maan. Maanbewoner.

 

 

*Zie ook cocktailblog 2 en 3

Comments

Geen onzinverhaal, ik vind het leuk bedacht!

Add new comment