social follow

De vierkantige stuiver

  • Nele finds a penny -  Nele vindt een stuiver
  • Owls board - Uilenbord
  • Evening walk in the green - Avondwandeling in het groen
  • Private property - Privaat terrein
  • Het Vijf-Euro-Orloffgebraad

De vierkantige stuiver

Het woord van week 21

Het woord van week 21 op 120-woorden is ‘stuiver’. Ik heb er serieus opzoekingswerk voor moeten doen. Dit exotische woord heeft in België immers geen bestaan gekend. Je moet Hollander of Nederlander zijn om te weten wat een stuiver is. Wij hadden vroeger centiemen. Kleine ronde muntjes, soms met gaatjes in waarvan je met behulp van een lederen touwtje een nekhanger kon maken.

Verleden tijd is het. Mijn kinderen zijn opgegroeid met de Euro. Wiskundige vraagstukken werden hen nooit voorgelegd in Belgische franken. Daarom kennen ze het ook niet. Laat staan dat ze zouden weten wat een stuiver is…‘Tiny verzamelt munten’: ligt hier weer een nieuwe oudmodische opdracht voor haar klaar?

 

De vierkantige stuiver uit Friesland

Ik vond hem op één van mijn opzoekingsreizen in denkbeeldig Friesland en ik wist meteen dat het iets speciaals was. Daarom bewaarde ik hem in één van mijn geheime broekzakken van mijn lievelingstuinbroek. Het was een vierkantje van zink met een glad randje.

Op de voorkant van mijn stuiver staat een druiventros. Dit is, volgens Wikipedia, het muntmeesterteken van een Nederlandse muntmeester die actief was van 1933 tot en met 1942. Door de vierkantige vorm, weten we ook dat dit geldstuk geslegen en beslegen werd in opdracht van de Duitse bezetter: alleen in 1941 en 1942 werden er degelijke munten gemaakt. 

Op de achterkant staat er een typisch Fries uilenbord. Dat is een driekantig houten dak-bord die je er op de nokken van hun boerenschuren ziet. Omdat de daken er vroeger met riet werden bedekt beschermde het tegen inwatering. In een uilenbord zit ook een luchtgat voor ventilatie. Kerkuilen en andere vliegende beesten gebruiken het als kattenluikje om in en uit te zwermen als het hen uitkomt. Het grappige aan een uilenbord is dat er meestal twee knobbelzwanen op afgebeeld staan. Alsof zwanen zich zouden laten vangen door een uilengat. Hun ranke halzen kunnen er nog mee door, ja, maar hun dikke konten? Die blijven gegarandeerd steken in dat uilenbordengat. Knobbelzwanen zijn geen ezels, ze weten wel beter.

 

Mijn laatste denkbeeldige reis in Frankrijk

‘Rijke mensen kunnen maar één boterham per keer eten en zij kunnen, hun konten, net als iedereen, ook maar afvegen met wc-papier na een toiletbezoek.’ Ik hoor het mijn wijze grootmoeder nog altijd zeggen. Deze wijze spreuk is helaas niet helemaal waar. Sommigen onder hen eten anders en gaan daardoor, hoogstwaarschijnlijk, ook anders af. Vooral zij die behoren tot de exclusieve minderheid der superrijken. Tijdens mijn laatste denkbeeldige weekendtrip, dit keer ergens op het platteland in Frankrijk, kwam ik daar toevallig achter.

Mijn dochters waren aan het chatten met hun lieven en mijn halve trouwboek was aan het kijken naar een belangrijke voetbalmatch. Zelfs in Normandië, in een gîte avec porte de clé, gaan de dagelijkse noodzakelijkheden bij hen gewoon door en daarom besloot ik om een avondwandeling op m’n eentje te maken.

Ik houd van avondwandelingen. Ze zijn oergezond en je slaapt er altijd goed van. Het gras ruikt namelijk veel rustiger als de avond valt. En dat doen de bomen, geloof ik nu, waarschijnlijk ook. Het stond laatst in de krant, dat bomen ‘s nachts een uiltje vangen. Het lijkt me logisch dat hun ademhalingen dan ook naar slaap gaan ruiken. Wat een geluk dat planten geen look consumeren.

 

Ik was een beetje verdwaald gelopen en mijn navigatiesysteem van mijn gsm deed het niet meer. Als ik het bos weer uit ben, doet ie het vast wel weer, dacht ik en daarom maakte ik me ook geen zorgen. Ik ben wel vaker in middens van nergens geweest. Frankrijk heeft nombreus veel zulke plaatsjes. Gewoon omdat het zo een groot land is en omdat er niet genoeg mobiele antennes staan.

Het paadje waarop ik liep versmalde zich en het leek alsof ik door een groene tunnel wandelde. Het was er dichtbegroeid en het zag er niet naar uit dat er auto’s konden passeren.

 

En dan kwam ik langs de poort.

Ze stond wagenwijd open en ze prikkelde mijn nieuwsgierigheid op een wrede manier. Aan het metalen hek hing er een bord waarop men in duidelijk Frans vermeldde dat het een privéterrein was. Oui, je sais. Ik wist dat ik er niet behoorde heen te gaan, maar de stuiver in mijn geheime broekzak prikte door de stof heen in de zachte perzikenhuid van mijn bil. Ik plukte hem uit mijn zak - die alweer aan herstellingswerken toe was - en de stuiver begon te zweten in mijn handen. Daardoor wist ik zeker dat het ding me zou beschermen. 

Een kronkelig weggetje leidde me naar een oprijlaan in kiezel die naar een cirkelvormige parkeerplaats voor een helikopter leidde. Dat het een parkeerplaats voor heli’s was, kon ik zien aan het feit dat er eentje op geparkeerd stond. Achter de heli zag ik een immens bouwsel dat veel weghad van een modern, adembenemend fabuleus kasteel. 

Ik omklemde de stuiver als een talisman en ik liep de trappen van het kasteel op alsof ik er een kind aan huis was dat er dagelijks een zakje zand kwam verkopen.

 

Ik belde aan en ik schrok opeens erg hard van mezelf toen er een butler kwam opendoen.

Hij zag er typisch butler-butler uit. De man droeg een onberispelijk wit hemd en een strak gesteven kostuum met slipjas. Zijn neus krulde wat uit de hoogte en hij bewoog zich uitzonderlijk stijf.

‘Que vous faites ici?’ vroeg hij.

Ow, ow, dat weet ik zelf niet eens, dacht ik in een paniekerige stilte. ‘Wel, ik heb een speciaal muntje voor de eigenaar van dit bijzonder buitengewoon mooie buitenverblijf,’ zei ik in mijn beste Improvisatie-Frrrrrrrrh-ans. 

De dienstbode trok zijn linkerwenkbrauw hevig op en hij bleef me verder op een vragende manier aankijken. Hij had opvallend grote koeienogen. Misschien dat mijn rollende rrrrrrrh hem niet genoeg rolt, dacht ik en ik opende mijn hand waar de stuiver in lag te zweten.

‘Ow, now I see,’ zei de butler in een raar Engels en hij nodigde me uit om binnen te komen in een gigantische hal.

‘Attendez ici,’ zei hij. Ik veronderstelde dat hij zijn bazen zou verwittigen van mijn komst.

 

‘Waar ben ik in godsnaam mee bezig?’ dacht ik terwijl ik in het immense portaal stond te wachten.

Ik ken die mensen niet eens. Ik kan toch niet aankomen met: ‘Hallo, ik was zo nieuwsgierig dat ik wilde weten wat voor soort mensen hier wonen dat ik maar aanbelde om het te vragen?!’ Ik probeerde mezelf tot kalmte aan te manen door heel subtiel te ademen, een beetje zoals bomen en yogamensen dat doen.

Een moment later, iets wat op eeuwen leek, kwam hij terug. ‘Monsieur et Madame zijn aan het eten, en ze vragen of u een hapje met hen wilt delen?’

Vampiers bestaan helemaal niet, ging er door me heen. ‘Bien,’ zei ik. Misschien krijg ik vanavond nog kreeft, dacht ik zo rationeel mogelijk.

Ik volgde de man tot in een sjieke eetplaats. Twee oudere mensen zaten er aan een gedekte tafel met een grote witte bavet op hun borst.

‘Vous êtes?’

‘Je suis en Twitter, donc je suis,’ antwoordde ik.

Te laat begreep ik dat de diender mijn naam bedoelde.

‘Madame jesuisenTwitter,doncjesuis,’ herhaalde hij me vlot en foutloos.

Hij boog naar zijn werkgevers!

Echt een ouderwetse butler-butler, dacht ik bevangen door een zweem van nostalgie.

Toen zwaaide hij zijn armen uit naar het koppel dat mij vriendelijk en voortdurend ja-knikkend aankeek.

 

‘Monsieur Boris Gorgorod en Madame Nadine,’ zei hij.

Ik zette me op een stoel en liet hen mijn talisman zien.

‘Het toetje, het toetje!’ riepen ze beiden verrukt.

Even werd ik weer irrationeel bang. Ik was niet gekomen om het dessert van een ander te zijn.  En toen, bijna volledig gelijktijdig grepen Boris en Nadine mijn hand vast waarop de stuiver lag te zweten. Op dat moment, zo voelde ik, begon ik ook zelf helemaal te zweten.

Ik omklemde de munt en stak een warrig verhaal op wat ik er allemaal over wist. Ik weet zeker dat ik over het over uilenborden heb gehad.

Boris en Nadine luisterden gretig terwijl ze mijn gesloten hand maar bleven vasthouden.

‘Een maaltijd smaakt altijd stukken beter als er een verhaal aan vastzit,’ zei Boris in een Frans dat veel weg had van een soort Pools of Russisch.

Nadine pinkte een traantje weg.

Opgelucht besefte ik dat zij mijn hand had losgelaten.

Maar Boris hield mijn hand nog altijd vast.

‘De stuiver is voor ons?’ vroeg hij me. Ik kreeg het gevoel dat hij me een huwelijksaanzoek ‘pour un menage à trois’ deed. En dat is, als je gelukkig getrouwd bent, helemaal geen prettig gevoel. Dat kan ik je verzekeren.

Aan de andere kant… de vraag van Boris bood me een uitweg, zo besefte ik. Ze waren allebei duidelijk gekker dan ik en ze leken dolblij dat ik hen mijn stuiver wou geven.

‘Oui,’ zei ik dan maar.

Hij liet mijn hand eindelijk los en ik gooide de stuiver op tafel.

 

Maar ze lieten me niet gaan, nee.

Ze insisteerden dat ik bij hen bleef voor het diner als tegenprestatie voor het bijzondere cadeau dat ik hen gebracht had.

En toen begonnen Boris en Nadine een discussie in een mengeling van Frans en iets wat leek op Russisch en Oegandees. Het leek wel alsof ze over de bereidingswijzen van een stuiver aan het beraadslagen waren. Dat kon natuurlijk niet.

Toen de butler-butler met een gebraad afkwam wist ik dat het toch kon. Het waren geld-eters! Op tafel zette Olivier, want zo heette de butler, ons een soort gehaktbrood voor waartussen vijf-Euro-briefjes in verwerkt waren.

Echt.

Het smaakte, dat wel.

Mijn gastheren noemden het een Vijf-Euro-Orloff.

Onder de maaltijd vertelden Boris en Nadine hun levensverhaal. Ze begonnen met de start van hun kapitaal door de ontdekking van een aardolie-gasader in hun tuin ergens in een stuk van Rusland dat niet meer van Rusland is. Het duurde niet lang voordat ze een heus aardolie-gas-imperium uitbouwden waardoor ze superrijk werden.

Terwijl hun kleinkinderen paleizen bouwen in woestijnen en zich bezig houden met het ontwerpen van kledinglijnen voor oesterkwekers en garnaalvissers genieten Boris en Floris nu van hun dik welverdiend pensioen.

 

De smaak van het geld kregen ze dan pas te pakken.

‘We moesten een ander voedingspatroon volgen,’ zei Boris.

‘Het is onze redding geweest,’ zei Nadine.

‘Obesitas,’ zei Boris.

‘Ja, ons beider BMI stond in de dodelijke zone,’ bromde Boris.

‘Briefjes en munten bevatten net zoals water een nul-calorische waarde,’ bevestigde Nadine.

Voor het dessert waren ze overeen gekomen om de stuiver om te laten smelten in een zinksausje dat de butler-butler ons serveerde op een waterig aardbeienijsje met kruimels van oude Engelse penny’s.

 

Daarna brachten ze me terug naar de gîte met de helikopter. 

De voetbalploeg waar Bart voor supporterde had ferm verloren en mijn meiden waren triest omdat hun vriendjes het via de chat hadden uitgemaakt. Ik krikte hun gemoed op met mijn verhaal over de geld-eters. Met Boris en Nadine onderhoud ik regelmatig feestboekcontact. Spreekt vanzelf dat ik voor hen een pseudoniem heb ontworpen en dat ik hun adres niet publiekelijk kan vrijgeven.

 

Comments

heel mooi verhaal zin in meer!

Dat realiseerde ik mij niet, dat Belgen dat woord niet kennen.

Ik kende het woord wel, maar mijn dochters helemaal niet. Er waren ook een paar volwassenen uit mijn directe omgeving die niet wisten wat een stuiver was.

Hij is leuk!

Leuk, nog eentje

Add new comment