social follow

Dromen en nachtmerries

  • Stinkend wasgoed

Dromen en nachtmerries

Okay, ik geef het toe: ik had rare vrienden uitgekozen om mijn tijd en vriendschap aan te geven. Maar het waren toffe typen. Ze schreven toffe boeken. De raaf leek soms op een oehoe. Het zienerskonijn wist veel interessante dingen over de toekomst en de duivel leek bij tijden op een engel. Ze leerden me beter schrijven en door hen begon ik mee te doen aan schrijfwedstrijden.

‘Let op. Dom, klein en onbegrepen kind,’ zei de raaf. ‘Geef je ziel niet aan iedereen.’ Haar kraaloogjes glinsterden onder de rand van haar cowboyhoedje. ‘Het is de zomer van de drie supermanen, die van de onnozele kindermartelaars en die van de voodooclowntjes.’ Ik trok mijn schouders op, dat doe ik namelijk altijd als mensen wartaal uitslaan. Marjoleintje het zienerskonijntje verklapte over wat eigenlijk nog komen moest. ‘Ga nu eindelijk eens uit die put, wil je?’ zei ze tegen mij op Feesboek. Er was nergens een put te bekennen. Nog eentje die ze niet helemaal op een rij heeft, dacht ik. Toen zei de duivel: ‘Je moet het je niet aantrekken.’ Omdat het de duivel was die gesproken had, bekroop mij toen toch nog een eigenaardig en onheilspellend voorgevoel. Ondertussen had ik meegedaan aan de Fantastische Zomerprijs en waren mijn verhalen ingestuurd. Langzaam begon ik het te snappen. Dat ik een stuk van mijn ziel had weggegeven. Ik had haar - zonder te weten - in een wedstijdverhaal gestopt.

Tijdens de nacht van de eerste supermaan liet Madame MC Blablabla, een vrouw die eruitzag als een heks, haar Feesboekgriezels op me los. Ze haalden me uit mijn bed en ontvoerden me naar het trollenwoud alwaar ze me vastbonden aan een kommaneukers-baobab.

Een paar gemaskerde handlangers van Madame plukten mijn ziel uit mijn verhaal en ze speelden ermee. Ze prikten erin met fijne scherpe naaldjes. Ondertussen groeven anderen een diepe put. Een rolstoelgebruiker met clownsmasker op, commandeerde hen. ‘Hij is nog niet diep genoeg!’ riep hij keer op keer. Ik hoorde dat hij er genoegen in schiep om bevelen uit te kunnen delen. Toen de put zo diep werd, dat er water op de bodem kwam, gooiden De Griezels me er in. ‘Kom uit je comfortzone, roodkapje,’ sneerden zij. De put was niet comfortabel. Hij was zeer diep en het was er bovendien nogal donker. En het rook er naar sadisme, pervers machtsmisbruik en zwavel. De geur van de duivel had ik nog niet eerder geroken. Hij had mijn verhaal aan de feesboekheks gegeven! En de raaf en het zienerskonijn wisten ervan. 

Na vele vruchteloze pogingen om uit de put te klimmen, bleef ik in het donker zitten. Als sensatiebeluste ramptoeristen bleven De Griezels kijken aan de rand. Ze hielden aantekenboekjes en balpennen in de aanslag, klaar om iedere beweging van mij te noteren. ‘Ze gaat naar rechts, ze gaat naar links,’ hoorde ik ze murmelen. ‘Hé, wat doen jullie?’ riep ik. ‘Jij bent ons test-product,’ zeiden ze. ‘Welk testproduct godverdomme?’ riep ik terug. ‘Vloek niet, God ziet u,’ zei de duivel. Ik vloekte nog harder. De toverkol zwaaide met een gouden banner.  Goudklompje, testproduct voor debutanten’ stond er in zwierig krullende letters te lezen. Ook in het donker kon ik het opschrift duidelijk zien want de letters fluoresceerden en ondertussen werd de nacht verlicht door twee roodgloeiende biljartballen aan de hemel. Jawel, de nachtmerrie bleef maar duren: meer dan twee supermanen lang zat ik een smerige put. Het is gek dat ik er geen longontsteking aan overhield. Het was er koud en nat.

Tijdens mijn periode in de put kreeg ik een drietal sms-berichtjes van mijn drie vermeende vrienden. De twee manen beschenen hun silhouetten toen zij me een paar sms-berichtjes stuurden. Zo wist ik dat zij het waren. Ze vroegen hoe ik me voelde. Ze vroegen waarom ik niets meer van me liet horen. Ik schreeuwde dat ze me er uit moesten helpen en ze reageerden er niet op. Ik probeerde om terug te smsen, maar mijn berichten geraakten niet verzonden. De raaf vloog krassend mijn put in waar ze met precisie van een scherpschutter een immens zurige vogelscheet op mijn hoofd mikte. Van de schok gooide ik mijn mobieltje in het modderwater. 

Ze hadden me een touw kunnen geven. Ik had de griezels om een ladder kunnen vragen. Hoewel ik betwijfelde of ze wel een ladder hadden. En als ze er dan één hadden, had het waarschijnlijk toch niets uitgemaakt. De Anonieme Griezels die elkaar aanspraken met de meest wansmakelijke pseudoniemen ooit, bogen zich regelmatig over me heen. Dan riepen ze dat ze me beleefd wilden horen smeken. Dat was juist het probleem: als mensen mij kwaad maken heb ik het namelijk erg moeilijk om beleefd te blijven.

En ze hoorden me wel. Ze deden alleen maar alsof ze me niet hoorden. En ze wilden me iets bijbrengen. Ze gooiden porseleinen tegeltjes naar me. Met van die quotes op. Met van die wijsheden over de liefde en over de vriendschap. Dat je iemand behoorde pijn te doen omdat je dan zou weten wat echte liefde was. Ze bleven maar gooien. Het begon op een steniging te lijken. Twee keer raakten ze me ernstig, één keer op mijn linkerarm en één keer recht op mijn neus. Ik begon te bloeden en ik besefte dat ik er dringend weg moest. 

Ik begon te graven en te graven. Ik wroette door de aarde als een mol en pas maanden later, toen de derde supermaan aan de hemel stond, kwam ik weer boven. Mijn man en mijn kinderen waren heel erg blij om me terug te zien. Eerst nam ik een bad. De rouwrandjes vanonder mijn nagels kreeg ik weg door hard te schrobben. Maar de geur van het sadisme, de stank van het pervers machtsmisbruik en de zwavel kreeg ik niet weg, wat ik ook probeerde. En nog steeds als ik inadem, ruik ik de geur van gemeen verraad. De tragiek ervan heeft zich blijvend genesteld in mijn neusslijmvlies. Tips om die stank te verwijderen zijn altijd welkom.

Ik trok mijn verhalen uit de wedstrijd en ik waste mijn kleren in de wasmachine met onze gebruikelijke Marseillezeep. Omdat ze bleven stinken, besloot ik ze op te hangen in het winderige apenwoud. Ik had net één sok aan de draad gehangen en daar waren de Feesboekgriezels weer. Ze bleken ineens doodsbenauwd voor de geur van hun eigen adem. ‘Opzouten en wegzwieberen!’ riepen ze. Wel, dat heb ik gedaan. In mijn haast liet ik de wasmand met de onwelriekende inhoud staan. Gelukkig heb ik meer dan één slaapkleed.

Via Feesboek kreeg ik daarna, massaal, grote hoeveelheden anonieme flessenpost-citaten naar me toegestuurd. ‘Vergeef ons. Het was een misverstand,’ werd er gefluisterd. Er was zelfs een vrouw die oprechte krokodillentranen vergoot. Ze had wel een hele doos tissues nodig om haar neus te snuiten. Een voor één toonden ze me hun gezicht. Zonder maskers. Ik herkende hen. Sommigen onder hen beschouwde ik voorheen als leuke, vriendelijke mensen.

Dat ik mijn wasmand, mijn stinkend wasgoed en een deeltje van mijn ziel kwijt ben vind ik niet zo erg. Zie je, deze zijn niet verloren: ze zijn nog ergens aanwezig. De vriendschap die ik gaf aan de raaf, het zienerskonijn en duivel ben ik voorgoed kwijt. En dat is het ergste van allemaal. Omdat deze vriendschap stierf en nooit meer zal zijn. Soms vraag ik me af of ze er wel ooit is geweest. Er was een beginnetje, dat wel. Voortijdig in de kiem gesmoord. 

Ik schrijf verder. Met bezieling. Ik ben niet bang om weer een stuk ziel in een verhaal te stoppen. Ik ben niet bang dat schrijversvriendjes dit aan de gewetenloze feesboekheks en haar griezels zullen geven. Want ik heb geen schrijversvriendjes meer. 

Soms droom ik dat ik hen weer tegenkom. Meestal situeert de droom zich in een cyber-circus. In de arena, in het midden van de tent staat een grote glazen stolp waar sociale-media-trollen niet uit kunnen. De harige griezels temmen er hun vlooien, de raaf tovert het zienerskonijn uit haar hoed, de duivel toont al zijn ware gedaantes in steeds wisselende ava's en Madame Blablabla rijdt er rondjes op Trojaanse paarden. Zij stelen de show. Natuurlijk dat. Ze hebben er talent voor en ze beschikken allemaal over een zeker clownsgehalte. En ik verkoop er zelfgebakken wafels tijdens de pauze. Speciale wafels, die veranderen in boeken als je ze in je mond wilt proppen. Stiekem hoop ik dat die droom eens werkelijkheid wordt. Lijkt me wel vet. 

 

Comments

Het is een vreemd verhaal, maar wel mooi vreemd. En vreemd mooi.

\o/ :)

thumbs up Nele... I think i understand now

\o/ :)

Super !!!

Super !!!

:)

:)

Mooi verhaal ;-)

:)

Een prachtig kortverhaal, Nele. Je hebt een levendige fantasie en het werkt nog aanstekelijk ook, ik zag al je creaties levend komen terwijl ik las. Mooi, een aanrader. :)

Fijn dat je het leuk vond. :)

Add new comment