social follow

Tocht

  • Bear animal - Beerdiertje

Tocht

Het maakte lawaai in de schouw als een dier dat worstelt om zichzelf te bevrijden. Mijn dochter zag wat roet naar beneden dwarrelen doorheen het glas van de vuurhaardcassette en meteen daarna hoorden we een doffe plof. Het geluid van scharrelende pootjes wees er op dat er weer een vogeltje doorheen onze schoorsteen gevallen was. We hadden er nochtans een pot met een netje er over heen laten zetten om dit te voorkomen. Blijkbaar waren de gaatjes van het netje over de pot te klein.

Madieke opende de deur van de haard. Het strompelde er uit. Het schudde zijn veren als een bijna-verzopen kat. Roetspetters spatten in het rond. Het had helemaal geen veren! Toen zag ik wat het was: het was een stofzuigerzakdiertje. Het had de vorm van een knackworsthondje met acht knackworstpootjes zonder flaporen, een onmiskenbaar zeer afgeplatte neus en een gevaarlijk, niet te negeren, typische stofzuigermond.

Ik greep mijn dochter vast en baande achteruit tot ik met mijn rug tegen de muur van de kamer stond. Omdat ik er de voorbije nacht nog over gedroomd had wist ik dat we niet veilig waren zolang het stofzuigerzakdiertje zich in onze woonkamer bevond. En inderdaad: het beestje begon onmiddellijk te zuigen. Onze oren registreerden nauwelijks geluid, maar onze ogen zagen des te meer. Op een paar seconden tijd had het stofzuigerzakdiertje onze grote fauteuil opgezogen. 
Het beestje, ondertussen flink wat groter geworden, waggelde op zijn blubberige knackworstpootjes op naar zijn volgende prooi. Langzaam begon het de salontafel op te zuigen.

In volle paniek bood de oplossing zich aan. - Dat kwam wellicht doordat ik die ochtend het themawoord op de site van 120-woorden had gelezen. - Tocht! Stofzuigerzakdiertjes houden er niet van! 
Ik duwde Madieke in de gang en gebood haar de voordeur wagenwijd open te zetten terwijl ik rende naar de port-fenêtre om die te kunnen openen. Er stond buiten een felle wind. Gure tochtvlagen gierden door ons huis. We hadden geluk.

Het beest liet een vierde van onze salontafel achter en waggelde door de voordeur naar buiten. We waren gered. Het stofzuigerzakdiertje had minder geluk. Net op het moment dat het dier de straat overstak, denderde de vuilniswagen voorbij. De vuilkar keek niet om. En toen het geraas ophield zagen we de halfverteerde resten van onze duurbetaalde sofa op de straatstenen liggen. Stukken zwart rundsleder en pulp van wat eens mahoniehouten stoelpoten waren geweest, lagen her en der verspreid. Een paar kleine huidvelletjes, sterk gelijkend op de resten van een gesprongen knackworstkleurige ballon en een klein stofzuigermondje herinnerden ons nog aan de bezoeker die door de schoorsteen bij ons naar binnen gekomen was.

Hij/zij - want stofzuigerzakdiertjes zijn tweeslachtig - begroeven wij in een container van het containerpark. Iemand gooide er een paar plastic rozen bij. En Madieke en ik vonden dat wel passend.

Add new comment