social follow

Toen ik in Afrika was

  • Toen ik in Afrika was

Toen ik in Afrika was

(1)

Ik weet niet of ze er ook peterselie verbouwden, maar ze kweekten er in ieder geval reusachtige bananenplanten van een soort die nu zeer zeldzaam is geworden. De non en de zwarte man inspecteren de vruchten. Dan komen de wildemannen, gewapend met machetes en geweren. De zuster ziet eruit alsof ze gaat gillen. Daarom slaat de zwarte man zijn hand rond haar mond. Met zijn andere hand trekt hij haar naar beneden, tot ze samen onder de bladeren van de bananenplanten verborgen zijn. Pas uren later, wanneer ze twee paar habijten zien, durven ze weer tevoorschijn komen. Haar medezusters kijken haar misprijzend aan. Ze legt het uit, maar ze geloven haar niet. Als de wildemannen terugkomen is het te laat.

 

(2)

De zwarte man brengt ons naar het land rond de rivieren. Er zijn veel grijze kroonkraanvogels. Hij zegt dat zij ons zullen beschermen en ons zullen waarschuwen als er gevaar dreigt. We moeten dicht bij de kolonie blijven, maar ook niet zo dicht dat we hen afschrikken. Hij zegt dat we hun gedrag moeten afkijken. Als ze in de bomen vluchten, dan zoeken we best ook een boom op. Zot gewoon. Dat zulke grote beesten in bomen slapen. Stel je voor dat de zwanen en de kalkoenen dat bij ons ook gaan doen. Ze zijn oogverblindend mooi. Ze hebben een zwarte kuif, een rood vlekje in hun hals en een gouden waaierkroontje. En ze houden van dansen, net als ik.

 

 

 

 

 

(Ook op 120-woorden.)

Add new comment