De zoetwaterboerinnetjes

De droom was flou. Leefde ik nog? Was ik erbij? Of slechts gedeeltelijk? Waren het kleindochters of kleinzonen? Als moeder van alleen maar dochters kan ik me moeilijk inbeelden dat ik kleinzonen zou kunnen hebben…

Soit, deze nacht droomde ik dus van een zeker nageslacht.  Allemaal knappe kopjes. In hun ogen zag ik een herinnering van hun grootvader. Zoetwaterboeren- of boerinnen. Samen runden ze een groot bedrijf.

In de droom hadden ze de Middellandse Zee reeds leeggepompt. Ze stonden op het punt om aan de ontginning van de Noordzee te beginnen. Er waren nu zoutbergen in de Méditerranée, bossen van zeewierbomen, wortelend vanuit een veelkleurige plasticfolie, en daarboven, in verscheidene, nevelige luchtruimbakken zweefden er kweekscholen van dolfijnen, inktvissen en kwallen.

reacties

Plaats zelf een reactie